VISIE OP ZORG

Ik zie psychotherapie als een gezamenlijke zoektocht. We staan stil bij wat u last bezorgt en wat u kracht geeft. We bespreken thema’s die u steeds tegenkomt. Vaak ontdekken we dat klachten niet op zichzelf staan. Onderzoek naar de betekenis en functie van klachten kan verhelderend zijn. Ook staan we stil bij wat u in het leven hebt meegemaakt en hoe de relaties met andere mensen zijn. Het doel van psychotherapie is anders om leren gaan met de last waarmee u binnenkomt. De ontwikkeling van nieuwe manieren van beleven en gedragen is het resultaat.

De klachten waarmee patiënten zich melden voor psychotherapie zijn divers: somberheid, onzekerheid, angstklachten, problemen in de omgang met andere mensen, problemen in het hanteren van ingrijpende ervaringen, enz. In psychotherapie onderzoeken we hoe de klachten waarmee u binnenkomt zijn ontstaan. Enerzijds proberen we het inzicht te vergroten in het ‘verhaal’ van uw klachten. Anderzijds proberen we de grip op uw leven concreet te versterken door te bespreken hoe je anders om kunt gaan met problematische situaties. Naast gesprekstherapie kan er gebruik gemaakt worden van gedachtenoefening, rollenspel of opdrachten die u thuis uitwerkt.

Relatie- en gezinstherapie

Binnen partner- of gezinsrelaties kan u verstrikt zijn geraakt in vastzittende patronen van reageren. Contact dat ooit hoopvol en liefdevol begon, kan plaats hebben gemaakt voor irritatie en onderlinge escalaties. Of juist afstand en gevoelens van eenzaamheid. In een relatie- of gezinstherapie gaan we op zoek naar de aard en ontstaansgeschiedenis van deze ervaringen. We ontdekken hoe ieder zich gevangen voelt in relationele reactiepatronen. Vervolgens zoeken we naar manieren van omgaan met elkaar die beter aansluiten bij ieders wensen, grenzen en verlangens. We spreken behandeldoelen af die richting geven aan de gesprekken. Ik werk daarbij vanuit diverse systeemtherapeutische kaders.

VISIE OP ONTWIKKELINGEN IN DE GGZ

Psychisch lijden wordt vaak onnodig gereduceerd tot een stoornis of een ziekte met een vastomlijnde diagnose. Terwijl lijden  in werkelijkheid complex is en afhankelijk van de omgeving.

Mensen zijn ingewikkelde en adaptieve wezens die, ook als zij ontregeld zijn, in verbinding met de ander tot herstel kunnen komen. Ook als we de oorzaak van die ontregeling nooit helemaal doorgronden. 

Psychische aandoeningen kun je vaak beter zien als menselijke variaties dan als ziekten. Labels doen vaak meer kwaad dan goed. Bovendien passen patiënten niet goed in de hokjes. De hokjes overlappen elkaar en het zijn er te veel. 

De DSM5, het Handboek Psychiatrie, kende bij aanvang 50 diagnoses en nu inmiddels 400. Het is natuurlijk onzin om te denken dat we met zijn allen gestoorder zijn geworden.

Een betere benadering van ontregeld zijn is om minder focus te hebben voor stoornissen en meer aandacht voor de unieke situatie van de patiënt en diens omgeving. En op de samenwerking met de therapeut.

Psychiatrie en psychotherapie staan op een omslag punt van denken. De zorgverzekeraars zijn daarbij geen stimulans. Zij zijn verzot op zo veel mogelijk data en dus van stoornissen met specificaties. 

Maar de hoofdgroepen van de DSM5; angst, depressie, trauma, neurobiologische ontwikkelingsstoornissen komen voor in alle bestaande 400 diagnoses. Iedereen heeft een unieke mix van symptomen.

Het begrip neurodiversiteit doet meer recht aan die enorme variatie aan menselijke breinen. Zo is “angst” net als je hartslag. Iedereen heeft het. En soms kan die, al of niet tijdelijk, hoog zijn. Zo’n eigenschap kan in verschillende contexten een voor- of nadeel zijn. In plaats van rigide diagnoses zouden we psychisch lijden moeten begrijpen als een spectrum, waarbij hulp wordt afgestemd op de persoon in plaats van op een label.